De Verslinding

Globo-homo Goya

Een analyse van de devolutie, domesticering en hybridisering door de vijandelijke elite, en de kenmerken van de noodzakelijke Culturele Tegenrevolutie.

De Archeo-Futuristische devolutietheorie in tien stappen

door Alexander Wolfheze

Nederlandse vertaling van Hoofdstuk 9 uit Rupes Nigra. An Archaeo-Futurist Countdown in Twelve Essays (Londen: Arktos, 2021)

Historie boekt ‘t relaas, het smarten-rijke
ten strijd ginge’ en hun vijanden niet telden,
want voor recht, zeiden zij, moet macht bezwijken.
Zij vielen. De heerschzucht der meesters kwelde
als voren ‘t volk; machtige wereldrijken
rezen omhoog op vrijer volken lijken
en van een loop des rechts valt niets te melden.

Henriëtte Roland Holst, De nieuwe geboort

Voorwoord: ‘een seizoen van geloofsvoltooiing’

De zomer van 2018 ging de meteorologische annalen in als de warmste en droogste uit de Europese en Nederlandse geschiedenis – vakantie van werk en studie geeft velen ruime gelegenheid tot reflectie op de nuchtere realiteiten van een nieuw klimaat. Een toepasselijk Nederlands spreekwoord zegt: ‘wie niet horen wil, die moet voelen’. De nuchtere realiteiten – kleine en grote – doen echter hoogst on-Nederlands aan: de driedubbele wespenplaag in de tuin, de massa’s dode vissen in de sloot, de verschroeide oogst op de akker, de 38° op de thermometer. Deze realiteiten behoeven geen langdradige theoretische verhandelingen en geen snoeverige academische referaten: het zijn letterlijk voelbare lessen voor hen die niet goedschiks leren wilden. Voor hen die veertig jaar waarschuwingen – het verdwijnen van hun schaats- en sneeuwmanwinters, het terugwijken van hun skipistes, de nieuwe tropische voorjaar moessons – niet zien wilden. Voor hen die coûte que côute – files of geen files, accijnsverhoging of geen accijnsverhoging – moesten autorijden. Voor hen die coûte que côute – vier uur inchecktijd of geen vier uur inchecktijd, bomvol hotelstrandje of geen bomvol hotelstrandje – moesten vliegreizen. De narcistische baby boomer elite heeft het makkelijk: men laat gewoon een airco inbouwen in de villa en men laat gewoon een ijsvoetbadje aanrukken op het favoriete terrasje – de rest is business as usual. De minder gefortuneerde ‘mede-lander’ heeft gewoon pech: hij kan zich aanpassen en ‘zijn verantwoordelijkheid nemen’ – of niet. Stapje voor stapje dienen zich de contouren aan van de ultieme survival of the fittest: de hyper-individualistische rat race om het laatste hapje frisse lucht en het laatste slokje vers water nadert langzaam aan de bewustzijnshorizon. Tegen de tijd dat de baby boomer elite kan worden afgerekend op haar klimaatsgerelateerde life style keuzes, heeft zij haar buit al binnen en heeft zij zich veilig verschanst in haar lommerrijke gated communities. Net als haar ultieme poster boy, Barack Obama, wordt zij nooit afgerekend op de aan haar leefstijl ten grondslag liggende do or die ideologie van ‘maakbaarheid’. Het motto is en blijft yes, we can – tot de laatste ademtocht. En het is waar: ongetwijfeld blijven water, elektriciteit en internet het langst aan in Wassenaar, Laren en Bloemendaal. Ongetwijfeld blijven politie, beveiliging en handhaving daar het langst overeind. Maar hoe lang? Een jaar, een maand, een week? En daarna? De privéjet waarnaar toe? Naar het buitenhuis op Madeira, de uitwijk ranch bij Bariloche, de vakantiebungalow op Tahiti?

Voor het ‘gewone volk’ – de 98% die wel meespeelt in de neoliberale casino economie, maar steeds net niet de hoofdprijs wint – liggen de kaarten anders geschud: daar leert men nog steeds niets, maar voelt men langzamerhand wel dat er meer op het spel staat dan men lief is. Causaliteit kan worden genegeerd, gedenigreerd en bediscussieerd – synchroniciteit niet. Het klimaat, de economie en de natie staan krap voor de terminale fase. Escapisme in virtual reality, online dating en recreatieve zelfmedicatie kunnen deze harde realiteit niet verhullen: elke morning after is het ontwaken net een tandje moeilijker. Lang vergeten lessen – waarschuwingen uit de tijd dat een verdwaalde enkeling binnen de elite nog verantwoording aflegde aan een Hogere Macht en een opvoedkundige taak voelde ten opzichte van het volk – sijpelen terug in het bewustzijn: Road to Survival (1948), Dode lente (1964), Grenzen aan de groei (1972). Nog oudere wijze woorden – lang smalend afgeschreven visioenen uit de Heilige Boeken – borrelen onvrijwillig op in selectieve geheugens en in weggedrukte gewetens. De deurwaarder geheten ‘Geschiedenis’, belast met de afwikkeling van de failliete baby boom boedel, staat voor de deur – de betalingstermijn van land en volk is verlopen. De laatste keuze momenten dienen zich aan: het ‘seizoen van geloofsvoltooiing’ is aangebroken.

De Heer heeft een aanklacht tegen de bewoners van dit land:
er bestaat geen trouw en geen vroomheid meer,
en van God wil men niet meer weten in het land.
Zweren en liegen, moorden, stelen en echtbreken zijn er schering en inslag,
bloedbad volgt op bloedbad.
Daarom verdroogt het land en kwijnen al zijn bewoners weg:
de dieren op het veld, de vogels in de licht, de vissen in de zee komen zelfs om.

Hosea 4:1-3.

1. Finis Hollandia

Dit alles is niet van ons: wij hebben het te leen van onze kinderen

Ileen Montijn

Het is maar zeer de vraag of het Nederlandse volk nog lang genoeg zal bestaan om de finale klimaatscatastrofe mee te maken. Het droogvallen van de Grote Rivieren door continentale droogte, het wegvegen van de infrastructuur door tropische stormen en het onderlopen van de Randstad door zeespiegelstijging nog mee te kunnen maken zou in zekere zin een onverwachte toegift van de geschiedenis zijn. Er is namelijk een voorliggend probleem dat veel sneller een definitieve punt achter de geschiedenis van land en volk dreigt te zetten: etnische vervanging. De huidige snelheid van politiek-gefaciliteerde en journalistiek-gecensureerde omvolking – een fatale combinatie van sui-genocide en massa-immigratie – is zodanig dat het simpelweg verdwijnen van de historisch inheemse bevolking van Nederland waarschijnlijk eerder zal plaatsvinden dan het verdwijnen van haar natuurlijke biotoop. Gezien de systematische overheidscensuur van etnische statistiek is een precieze berekening van het aanstaande demografische point of no return – het punt waarop het inheemse volk een minderheid in eigen land zal zijn – hoogst problematisch, maar de schaarse beschikbare data en de uitvoerig ervaarbare realiteit suggereren dat er nog maar één generatie tijd is.

Inmiddels is er in vele talen een uitgebreide literatuur beschikbaar die de cultuur-historische en psycho-sociale achtergrond van de zelfopheffing van de Westerse volkeren toelicht. De auteur van dit werk heeft eerder een korte bijdrage geleverd aan het gestage bewustwordingsproces binnen het Nederlandse taalgebied (Alba Rosa, 103-31), maar de impact van het zelfopheffingproces is zonder meer vele malen dramatischer in het ground zero van het Postmoderne nihilisme: Duitsland (verg. Alba Rosa, 21-6). De meeste poignante getuigenis van het zich nu versneld voltrekkende noodlot van Duitsland wordt ongetwijfeld gegeven in het recent verschenen boek Finis Germania (2017). Dwars tegen de censuur in gepubliceerd door uitgeverij Antaios, verscheen het postuum: de schrijver ervan, Rolf Peter Sieferle, verkoos kort na het voltooien van het manuscript een eervolle Freitod boven het mede-aanzien van de door hem voorziene slotakte. Deze omstandigheid benadrukt het niet slechts complotachtig gemanipuleerde maar ook daadwerkelijk sui-genocidale karakter van de Umvolkung van Duitsland. Het feit dat Duitsland, het economisch cruciale achterland en het geopolitiek dominante gidsland van Nederland, nu snel wegglijdt in het drijfzand van Postmoderne ‘deconstructie’ kan niet anders dan zeer ernstige gevolgen hebben voor Nederland. Met hoogste prioriteit dient zich daarom de vraag aan of de huidige ramkoers van de Europese vijandige elite van kartelpolitici, banksters en censuurjournalisten, binnenlands en internationaal, nog tijdig kan worden gestopt. Daarop is voor een échte Nederlander – dus niet de globalistisch denkende en nihilistisch voelende homo aeroporticus – maar één antwoord mogelijk: de vijandelijke elite moet en zal gestopt worden – er blijft geen andere keuze over. De zandloper van de omvolking loopt door – alleen door de stroom van de geschiedenis met een krachtige handomdraai terug te voeren kan het Nederlandse volk zich bewijzen als toekomstwaardig.

De toekomst:
de tijdsrichting waarin de entropie van een geïsoleerd macroscopisch systeem toeneemt

vrij naar ‘Nieuwe Grote Sovjet Encyclopedie’ Wikipedia

2. Devolutie theoriei

Derhalve, dat niemand uit flauwheid of uit schroomvalligheid denke of zegge dat een mensch te ver kan gaan in het zoeken naar waarheid; dat hij al te kundig kan zijn in het boek van Gods woord of in het boek van Gods werken; dat hij te groot kan zijn in de kennis van God of in de wijsbegeerte. Laat hij liever trachten in beiden eindelooze vorderingen te maken. – Francis Bacon, vert. Tiberius Cornelus Winkler

De Nederlandse vertaling van Charles Darwin’s On The Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life verscheen al in 1860, minder dan een jaar na de publicatie van het Engelstalige origineel. De titel werd vertaald als ‘Het ontstaan der soorten van dieren en planten door middel van de natuurkeus, of het bewaard blijven van bevoorregte rassen in den strijd des levens’. Opvallenderwijs verscheen Charles Darwin’s meesterwerk, nog altijd de grondslag van de op diens ‘natuurlijke selectie’ principe berustende en later met begrippen als ‘evolutionaire wapenwedloop’ en ‘seksuele marktwaarde’ uitgewerkte evolutietheorie, in een tijd waarin sociaal-politiek gelijkheidsdenken en sociaal-economisch emancipatiestreven Westerse maatschappijen begonnen te overheersen. Het Emancipatie Edict van Tsaar Alexander II, dat een einde maakte aan de Russische lijfeigenschap, trad in werking in 1861. De Emancipatiewet, ondertekend door Koning Willem III om de slavernij in West-Indië te beëindigen, ging in op 1 juli 1863 (1 juli is, als Ketikoti bekend, daarom een nationale feestdag in Suriname). Het Dertiende Amendement van de Amerikaanse grondwet, door President Lincoln ontworpen om de slavernij af te schaffen, werd rechtskrachtig in 1865.

Nu, inmiddels meer dan 120 jaar later, hebben beide denkwijzen, zowel dat van darwinistische ‘natuurlijke selectie’ als dat van ‘progressief’ gelijkheidsdenken, essentiële ideologische functies gekregen in Westerse samenlevingen. Het zijn elkaar functioneel aanvullende onderdelen van het standaard politiek-filosofische denksysteem van de moderniteit: het historisch-materialisme (Sunset, 53ff.). Enerzijds overheersen het dogmatisch ‘sociaal-darwinisme’ en de eruit afgeleide hyper-kapitalistische ‘strijd van allen tegen allen’ de Westerse denkwereld op individueel niveau ter rechtvaardiging van een zuiver en alleen op geld-denken gebaseerde neo-liberale maatschappelijke machtsorde. Anderzijds overheersen het dogmatisch egalitarisme en de eruit afgeleide alles-nivellerende ‘politieke correctheid’ de Westerse leefwereld op collectief niveau en rechtvaardigen zo de geperverteerde anti-rechtstaat en de rancuneuze cancel culture van haar soixante-huitard ‘schijnélite van valsemunters’. De functionele afperking tussen beide bereiken, die alle vormen van maatschappelijk onvrede en verzet tegen de nieuwe machtselite neutraliseert door ze te ‘framen’ als cultuur-marxistische ‘emancipatie’ en te herleiden tot (feministische, alloseksuele, allochtone) ‘identiteitspolitiek’, vereist echter een collectieve cognitieve dissonantie van historisch ongeëvenaarde proporties.

In de Nederlandse context – feitelijk een ‘snelkookpan’ experiment dat een ‘bananen republiek’ juridisch vacuüm, een ‘narco-staat’ open-grenzen economie en massa-immigratie op vervangingsniveau combineert – neemt deze collectieve cognitieve dissonantie inmiddels hallucinante vormen aan. De gelijktijdige realiteit van semi-victoriaans neo-liberalisme (‘privatisering’, ‘marktwerking’, ‘participatiesamenleving’) en geforceerde etnische vervanging (‘asiel opvang’, ‘gezinshereniging’, ‘arbeidsmigratie’) vergt, naast in toenemende mate totalitaire media censuurmaatregelen en justitiële inquisitie praktijken, nu ook een ideologische Flucht nach vorne. Dit blijkt uit het feit dat het jaar 2020 niet alleen in bijzondere mate werd gekenmerkt door totalitaire (sociale) media censuur (‘commercieel’ gerealiseerd via deplatforming, shadow bans, search result removal) en totalitaire wetgeving (formeel toegespitst op fake news, hate speech, social distancing) maar ook door extremistische ideologische framing – meest dramatisch in de Black Lives Matter (BLM) psy-op. De BLM beweging belichaamt een prefect georkestreerde gelijktijdige toepassing van zowel de sociaal-darwinistische als de politiek-egalitaire kernideologieën van de nihilistisch-globalistische – en dus anti-Westerse – machtelite. Met BLM zet deze machtelite het darwinistische principe van ‘natuurlijke selectie’ namelijk in als wapen van egalitaire nivellering – door het om te keren.

Om deze strategie van psycho-sociale oorlogsvoering te doorgronden moet men zich rekenschap geven van het omgekeerde waarden- en normen-systeem van de machtselite, waarin alles wat ‘traditioneel’ goed was ‘progressief’ slecht is – en omgekeerd (Alba Rosa, 172ff.) Zwart is wit en wit is zwart. Na meer dan een halve eeuw van in eerste plaats psychische (cultuur-marxistische) ‘de-constructie’ van de Westerse cultuur, bewerkstelligd door ‘vrije’ opvoeding, ‘waardevrije’ scholing en ‘kritische’ media (en dus effectief twee volle generaties onderbreking van culturele transmissie), acht de machtelite de Westerse volkeren blijkbaar rijp voor de in eerste plaats fysieke ‘re-constructie’ van de ex-Westerse thuislanden. Deze re-constructie behelst wederom omkering en betekent dus idealiter dat mannen vrouwen worden (trans-genderisme, homo-activisme), dat vrouwen mannen worden (feminisme, arbeidsparticipatie), dat volwassenen kinderen worden (infantiliserende feestcultuur, betuttelende bureaucratie), dat kinderen volwassenen worden (seksualiserende propaganda, digitaal narcisme), dat inheemsen uitheems worden (economisch marginalisering, sociale vervreemding) en dat uitheemsen inheems worden (massale immigratie, gesubsidieerde kolonisatie). En, last but not least, dat ontwortelde blanken in hun eigen thuislanden worden ‘zwart gemaakt’ terwijl kleurling kolonisten daar worden ‘witgewassen’: vandaar de consistente inzet van de nihilistisch-globalistische machtelite op ‘institutioneel racisme’ en ‘wit privilege’. ‘Wit privilege’ dient ertoe blanken ‘zwart te maken’ door een combinatie van geïnternaliseerde schuldcomplexen en publieke intimidatie. Tegelijk dient ‘institutioneel racisme’ ertoe kleurlingen ‘wit te wassen’: het rechtvaardigt hun consistente straffeloosheid (systematische asielfraude, gedoogde illegaliteit, onbestreden overlast, weggecensureerde misdaadcijfers, D666-rechtspraak) en speciale voorrechten (personeelsquota’s, woningvoorrang, inrichtingskosten, startersubsidies, dubbele paspoorten).

Feitelijk beoogt de nihilistisch-globalistische machtselite met deze anti-Nietzscheaanse Umwertung aller Werte een anti-evolutionair programma te verwezenlijken: haar fascinatie met trans-humane mode-projecten (trans-genderisme, kosmetische chirurgie, gedigitaliseerde relaties, virtual reality games, microchip- en nano-biotechnologie) bevestigt dit. Met dit anti-evolutionaire programma verwezenlijkt de machtselite haar waarden en normen, zij staat immers voor alles wat maximaal onnatuurlijk, onmenselijk, ongevoelig, onwettig en onwaardig is. De nihilistisch-globalistische machtselite van het Westen beoogt niets meer of minder dan een luciferiaanse opstand tegen de gehele – zogenaamd ‘verouderde’ – natuurlijke orde en alle – zogenaamd ‘achterhaalde’ – menselijke tradities. De demonische doelstellingen van de machtselite maken haar tot de vijand van zowel de natuur als de mens, om nog maar helemaal niet te spreken over de Schepper van natuur en mens. Deze machtselite is dus letterlijk een vijandelijke elite – zij vertegenwoordigt in zekere zin een absoluut kwaad.

Voor de radicaal-negatieve ‘devolutie theorie’ van de globalistische vijandelijke elite en de door haar geëntameerde Great Reset biedt Europees Nieuw Rechts een totaal-alternatief: een radicaal-positief Archeo-Futuristisch wereldbeeld en een op dat wereldbeeld gebaseerde Culturele Revolutie. Binnen Europees Nieuw Rechts en binnen de snel opkomende ‘Diep Recht(s)’ beweging wereldwijd is het Archeo-Futurisme, dat zowel op cultuur-historisch als op politiek-filosofisch vlak de historisch-materialistische illusies van zowel het liberaal-normativisme als het cultureel-marxisme heeft weggevaagd, in stormachtige ontwikkeling. Zoals alle organisch groeiende en historisch levensvatbare ideeën is het Archeo-Futurisme een project-in-wording, maar er is elders – mede door de schrijver van dit boek – al genoeg over geschreven (Alba Rosa, 227ff, verg. ook Wolfheze, ‘Deep Right Rising’) om het hier als referentiepunt op te voeren ten aanzien van het noodzakelijk alternatief voor de nihilistisch-globalistische Great Reset, namelijk een radicale anti-nihilistische en anti-globalistische Culturele Revolutie. De vereiste diepgang en omvang van die Culturele Revolutie zijn zodanig dat zij met recht kan worden omschreven als ‘Archeo-Futuristisch’. De diepte en breedte van die Archeo-Futuristische Revolutie zijn het best in te schatten door te kijken naar wat zij allemaal gaat wegvagen – en dat is niets meer en niets minder dan de gehele, dubbel neo-liberaal/cultuur-marxistische, maatschappelijke orde van het huidige Westerse wereld.

Vóór alles zal echter het wereldbeeld van de globalistische vijandelijke elite moeten worden geëlimineerd: haar infrastructuur, dat wil zeggen haar fysieke (economische, politieke) macht, valt en staat immers met haar superstructuur, dat wil zeggen haar psychologische (ideologische, filosofische) autoriteit. Het is dus tijd voor een kritische evaluatie van de ‘devolutietheorie’ van de vijandelijke elite: het eenvoudigst kan dat door die nieuwe ‘devolutietheorie’ simpelweg naast de lat te leggen van de oude evolutietheorie. En dan leveren oude evolutietheorie termen plotseling een aantal heel nieuwe inzichten: zes van die termen leveren toepasselijke motto’s voor zes paragraven van dit opstel:

3. Tegen-natuurlijke selectie
motto: ‘snelle verandering van wezens buiten de natuurstaat’ (culturele devolutie: democratisering, feminisering, infantilisering)
4. Domesticering
motto: ‘het gewennen aan het klimaat’ (intensieve menshouderij: economische, sociale, psychologische, politieke selectie)
5. Hibridisering
motto: ‘inheems worden’ (open grenzen: asielopvang=slavenimport, diversiteit=piraterij; immigratie=kolonisatie)
6. Slegs vir nie blankes
motto: ‘kenmerken van tamme rassen’ (sociale implosie: deug-denken>omgekeerde discriminatie>sui-genocide)
10. De Archeo-Futuristische Revolutie
motto: ‘afwezigheid of zeldzaamheid van overgangsvormen’ (accelerationisme: wiskundige zekerheid als postmoderne voorzienigheid)
Nawoord: ‘Edge of Tomorrow’
motto: ‘terugkeren tot lang verloren kenmerken’ (Lagebesprechung en frontverkenning)

3. Tegen-natuurlijke selectie

motto: ‘snelle verandering van wezens buiten de natuurstaat’
(culturele devolutie: democratisering, feminisering, infantilisering)

Hoogstwaarschijnlijk zal de nabije toekomst buitengewone catastrofes brengen
want wat de wereld nu bedreigt is niet het geweld van hongerige vreemde volkeren
maar de oververzadiging van verveelde mensenmassa’s

Nicolás Gómez Dávila

De evolutietheorie leert dat natuurlijke selectie – epigenetisch ingevoerd, genetisch gecodeerd en fenotypisch uitgedrukt – wordt bepaald door omgevingsfactoren: in de loop van de tijd ontstaan in specifieke – biologisch en aardrijkskundig definieerbare – ‘leefomgevingen’ specifieke ‘soorten’. Fysieke kenmerken worden daarbij steeds in de eerste plaats functioneel gedacht: zij worden teruggevoerd op ‘aanpassingen’ aan de natuurlijke leefomgeving: specifieke uitkomsten van natuurlijke selectie worden geacht te resulteren in een beter functioneren in specifieke ecologische niches. Het sociaal-darwinisme breidt de toepassing van deze evolutietheorie uit door te stellen dat niet alleen biologische en aardrijkskundige omgevingsfactoren, maar ook economische en sociale structuren kunnen worden opgevat als ‘natuurlijk’: ‘onzichtbare hand’ mechanismen van ‘marktwerking’ worden ‘natuurlijk’ opgevat en daarmee projecteerbaar op economische en sociale verhoudingen (‘kapitalistische concurrentie’, ‘seksuele markwerking’). Wenselijke culturele ontwikkelingen kunnen zo worden gepresenteerd als onvermijdelijke natuurlijke ontwikkelingen. Via het sociaal-darwinisme – al dan niet expliciet benoemd – levert de evolutietheorie dus een als ‘objectief’ (namelijk ‘wetenschappelijk’) gepresenteerde rechtvaardiging voor de machtspolitieke ‘evolutiepraktijk’ van bepaalde (belangen)groepen. De evolutietheorie en het sociaal-darwinisme zijn uiteindelijk echter niets anders dan in bepaalde historische fases voor bepaalde (belangen) groepen nuttige ‘narratieven’.

De waarde van beide wordt, zoals eerder gezegd, nog verder gerelativeerd door het feit dat zij slechts expliciete microhistorische (op specifieke cultuur-historische contexten afgestelde) uitdrukkingen zijn van een veel groter, maar impliciet, macrohistorisch narratief, namelijk dat van het historisch-materialistisch determinisme. Vanuit het binnen Europees Nieuw Rechts vaak als hermeneutisch instrument gebruikte Traditionalistisch perspectief kan het historisch-materialistisch determinisme worden begrepen als een psycho-historische bijwerking van de Moderniteit zelf. Met ingang van de Moderne Tijd (grofweg beginnend met de grote Europese ontdekkingsreizen, het vroege kapitalisme en de Protestantse Revolutie) beheerst het historisch-materialistisch determinisme het intellectuele en filosofische discours van het moderne Westen. Het ‘onderbouwt’ de Moderniteit door zijn immanent-katagogische omkering van elke soort transcendent-anagogische traditie (Sunset, 18ff.). In de anti-traditionele denkstroom van het historisch-materialistisch determinisme markeren de evolutietheorie en het sociaal-darwinisme twee belangrijke sociaal-politieke ‘devolutie’ punten: respectievelijk de 19e eeuwse machtsovername van de bourgeoisie en de 20e eeuwse machtsovername van het proletariaat. In de Nederlandse geschiedenis waren deze omslagpunten relatief geweldloos: de (onder druk van de Franse bezetting doorgevoerde) Bataafse Revolutie van 1795 markeert de machtsoverdracht van het patriciaat aan de bourgeoisie en de (onder dreiging van internationale revolutie) afgekondigde Pacificatie van 1917 markeert de machtsoverdracht van de bourgeoisie aan het proletariaat. In termen van Realpolitik markeert de evolutietheorie dus slechts een machts-devolutie (van het aristocratisch-denkende patriciaat naar de democratisch-denkende bourgeoisie) en markeert het sociaal-darwinisme dus slechts een tweede anti-politieke machts-socialisering (weg van de verantwoording-dragende bourgeoisie naar het verantwoording-mijdende proletariaat).

Van de door de evolutietheorie geagendeerde ‘natuurlijke selectie’ en van het door het sociaal-darwinisme gepropageerde ‘overleven der sterksten’ was in werkelijkheid geen enkele sprake: er werd maatschappelijk gesproken juist steeds minder geselecteerd en steeds meer overleefd. Verbeterde infrastructuur, voeding en zorg veroorzaakten een ongeëvenaarde bevolkingsexplosie, met name bij de laagste klassen: juist de zwakken – kinderen, zieken, ouderen – overleefden steeds meer en steeds langer. Burger-rechten werden volledig losgekoppeld van burger-plichten: mannen en vrouwen kregen kiesrecht, ongeacht hun daadwerkelijke bijdrage aan de publieke zaak (militaire dienstplicht, netto belastingbijdrage, persoonlijke verdienste). Historisch gesproken is er dus feitelijk sprake van een in toenemende mate tegen-natuurlijke selectie.

Na de Tweede Wereld Oorlog raakte dit proces van tegen-natuurlijke selectie – van sociaal-medische verlaging van overlevingsdrempels en van radicale machtsdevolutie naar bevolkingsgroepen van steeds lagere status – in een stroomversnelling. Ondanks grootschalige naoorlogse emigratie zorgden vaccinatie programma’s, verbeterde voeding en nieuwe, levensduurrekkende medische techniek ervoor dat de Nederlandse bevolkingsomvang tegen het jaar 1965, dus vóór aanvang van de ‘gastarbeid’ fase van het globalistische omvolkingproject, een omvang van 12 miljoen had bereikt – een bevolkingsstijging van maar liefst 3 miljoen in minder dan een kwart eeuw tijd. Terwijl het maximale inheemse bevolkingsaantal – vermoedelijk rond de 14 miljoen – in de jaren daarop werd bereikt, begon tegelijkertijd de laatste fase van de inheemse machtsdevolutie: de infantiliserende jeugdcultus, de gezinsontwrichtende vrouwencultus en de antimorele homoseksualiteitcultus van de jaren ‘60 maakten een einde aan de laatste restanten van traditionele gezagstructuur. Tijdens de babyboomers ‘gang door de instituties’ verloren alle instituties hun laatste authentieke autoriteit: met de monarchie en adel allang buiten spel, vielen de kerk, de academia, het onderwijs, de journalistiek en de kunsten als dominostenen. Onder druk van de babyboomers ‘culturele revolutie’ implodeerden tegelijkertijd alle sociale structuren. De ‘secularisatie’ (een betrouwbare indicatie van zowel individueel hedonisme als collectief narcisme) amputeerde de laatste restjes publiek verantwoordelijkheidsgevoel en privaat geweten. De ‘seksuele revolutie’ (een giftige combinatie van ‘de pil’, ‘abortusrecht’, drugscultuur en pornocratisch denken) zette een punt achter de publieke moraal en het geboorteoverschot. Het ‘alternatief samenleven’ (een bestiaal neo-primitivisme met gelijke delen ‘alloseksueel’ experiment, ‘zelfontplooiende’ vechtscheiding en stiefouderlijke ‘bedeling’) verbrak het verband tussen biologische voortplanting en culturele transmissie. Tegen het jaar 1980 was dit proces van tegen-natuurlijke selectie feitelijk voltooid: alle gezagsstructuren en maatschappelijke spelregels van de Nederlandse traditie waren bij het oud vuil gezet. De Nederlandse vorm van de ‘laatste mens’, dat wil zeggen ‘de Nederlandse mensensoort’ gereduceerd tot zijn laagste gemene deler van seculiere en narcistische hoogmoed, was gerealiseerd. Maar die ogenschijnlijke ‘laagste gemene deler’ was verre van het devolutionair eindpunt.

Het grotere maatschappelijke devolutie-proces is namelijk nog lang niet voltooid met het bereiken van een binnen-soortelijke ‘laagste gemene deler’: men kan ‘een wilde soort’ immers ook nog temmen (‘domesticeren’) en men kan een ‘pure soort’ immers ook nog mengen (‘hybridiseren’) Als we de ‘inheemse Nederlander’ ruim definiëren als de binnen het Eems-Rijn-Maas-Schelde delta-gebied sinds de Romeinse Tijd ontstane en aan de locale omstandigheden aangepaste ‘mensensoort’, met een hoge mate van specifieke, zowel uiterlijke als innerlijke, herkenbaarheid (fenotypisch als ‘blank’, sociologisch in het ‘exogaam-neolocale kerngezin’, economisch aan intensieve grondontginning plus maritieme oriëntatie en taalkundig in Nederduitse dialectiek), dan blijft die inheemse Nederlander etnisch en cultureel absoluut dominant in zijn oorspronkelijke leefgebied (ook wel: ‘habitat’) tot rond 1965. Episoden van buitenlandse bezetting, zoals gedurende de Franse Tijd en de Tweede Wereld Oorlog, en groepsimmigratie, zoals de opvang van Hugenoten na het Edict van Nantes (1685) en Oost-Indiërs na de onafhankelijkheid van Indonesië (1949), veroorzaakten noch etnische, noch cultuur-historische discontuïniteit. In die zin was er tot rond 1965 sprake van een absolute dominantie van de inheemse Nederlander in zijn (etnisch) ‘pure’ en (cultureel) ‘wilde’ vorm. In de jaren ’60 bereikte het interne – democratiserende, feminiserende, infantiliserende – devolutie-proces echter een point of no return: een punt waarop de inheems Nederlandse ‘mensensoort’ extern bevattelijk werd voor culturele domesticering en etnische hybridisering. Daarbij denkt te worden bedacht dat het tweede proces in essentie pas grootschalig mogelijk wordt nadat het eerste proces een bepaalde mate van voortgang heeft gehad, hetgeen wordt gespiegeld in het feit dat de eerste etappe van het kort voor 1965 begonnen omvolkingproces nog werd gepresenteerd als – in theorie omkeerbare – ‘gastarbeid’.

Abstract gesproken kan de externe druk die het proces van (culturele) domesticering en hybridisering begunstigd worden benoemd als globalisering (een combinatie van anti-autarkische internationale ‘marktwerking’, soevereiniteitoverdracht aan transnationale instituties en cultuur-relativistische ‘deconstructie’ van nationale identiteiten). Concreet gesproken wordt dat proces geïmplementeerd door een niet langer Nederlandse, maar trans-nationale elite, namelijk een combinatie van high finance banksters, eurocratische apparatsjiks en cultuur-nihilistische intelligentsia. Omdat die elite doelgericht en welbewust werkt aan de ondermijning van de Nederlandse staatssoevereiniteit en de Nederlandse volksidentiteit zal zij hier verder worden aangeduid als de globalistische vijandelijke elite. Het is deze elite, gebruikt makend van al dan niet expliciet neo-liberale en cultuur-marxistische programmatuur, die de processen van domesticering en hybridisering aanstuurt en, voor zover zij een autonome dynamiek ontwikkelen, bewaakt. De programmatuur van de globalistische vijandelijke elite wordt verwezenlijkt door een combinatie van sociaal-economische sturing (arbeid- en woningmarktbeleid, fiscale herverdeling), geraffineerde sociaal-psychologische manipulatie (onderwijs- en mediapropaganda, internet algoritmes) en juridisch-politieke druk (anti-rechtspraak, censuurmaatregelen, politieke sabotage). De ingezette middelen en de communicatie strategieën kunnen daarbij variëren, al naar gelang de mate van ondervonden weerstand, maar de beoogde einddoelen van het elite-programma van tegen-natuurlijke selectie blijven dezelfde: domesticering en hybridisering. Deze twee einddoelen zullen in de volgende twee paragraven worden toegelicht.

4. Domesticering

motto: ‘het gewennen aan het klimaat’
(intensieve menshouderij: economische, sociale, psychologische, politieke selectie)

Ik zeide in mijn hart van de gelegenheid der mensenkinderen, dat God hen zal verklaren, en dat zij zullen zien, dat zij als de beesten zijn aan zichzelven. Want wat den kinderen der mensen wedervaart, dat wedervaart ook den beesten; en enerlei wedervaart hun beiden; gelijk die sterft, alzo sterft deze, en zij allen hebben enerlei adem, en de uitnemendheid der mensen boven de beesten is geen; want allen zijn zij ijdelheid. Zij gaan allen naar een plaats; zij zijn allen uit het stof, en zij keren allen weder tot het stof. Wie merkt, dat de adem van de kinderen der mensen opvaart naar boven, en de adem der beesten nederwaarts vaart in de aarde? – Prediker 3:18-21

Economische selectie: Het sinds de kabinetten Lubbers absoluut dominante economische model van het neo-liberalisme, sluit psychologisch goed aan bij de sterk individualistische Nederlandse volksaard en de ‘calvinistische’ Nederlandse arbeidsethiek: het staat theoretisch voor handhaving van een vrije markt en vrije handel, bescherming van privé-bezit en bevordering van kapitaalaccumulatie. Dit zijn, in theorie, de oude randvoorwaarden van het op ‘protestantse ethiek’ gebaseerde ‘klassieke kapitalisme’, waarbinnen iedere burger de vruchten kan eten van zijn eigen harde werk, individuele initiatief en innoverende ondernemerschap. In de praktijk zijn de uitkomsten van het neo-liberalisme echter heel anders. De overheid heeft door het slopen van basale arbeidsrechten, het afdwingen van permanente loonmatiging, het verhogen van de collectieve lastendruk en het toelaten van massale arbeidsimmigratie de positie van de Nederlandse arbeider zozeer ondermijnd dat niemand in Nederland nog rijk wordt van hard werk. Onder het neo-liberale regime is loonarbeid in Nederland nu alleen nog voor losers. Tegelijk is de regel- en belastingdruk op zelfstandigen en ondernemers in de vitale MKB sector zodanig vergroot dat noch initiatief noch ondernemerschap lonen, tenzij men terugvalt op de grijze en zwarte sectoren. Het zijn vooral de veelal met ruimhartige startsubsidies en buitenlands kapitaal begonnen, vaak voor witwas doeleinden misbruikte en frequent met informeel beloonde familie bemande ‘etnische minderheidsondernemingen die zich goed kunnen handhaven in het oerwoud van woekerende regelgeving en exploderende belastingdruk.

Het oud-Nederlandse verband tussen werk en opbrengst, tussen verdienste en beloning is daarmee een exclusief archeologisch fenomeen. Dat verband is inmiddels omgekeerd: waar men vroeger voor een dubbeltje geboren nooit een kwartje werd, daar wordt dat dubbeltje nu een stuiver. Wie wél floreren onder het neo-liberale regime zijn haar nieuwe zetbazen (‘investeerders’, ‘ondernemers’ en ‘consultants’ die handig weten te profiteren van constante cycli ‘privatiseringen’, ‘aanbestedingen’ en ‘reorganisaties’), haar trouwe uitvoerders (het nieuwe Befehl-ist-Befehl ambtenarencorps van politiek-correcte femo- en allo-creaturen) en alle grote en kleine criminelen die niet al teveel de randjes van het ‘gedoogbeleid’ van post-Nederlandse narco-staat en piraten-republiek opzoeken. Naïeve inheemse Nederlandse arbeiders, ZZPers en MKBers die zich nog vastklampen aan restanten ex-calvinistische arbeidsethos en burgerzin zijn in die nieuwe realiteit letterlijk het kind van de rekening: het is met hun werk en uit hun belastinggeld dat het neo-liberale regime haar corrupte bestuurders, haar monstrueuze bureaucratie en haar stemvee, consumptiebasis en slavenpersoneel producerende massa-immigratie onderhoudt. Het neo-liberale regime is in die zin de ultieme ‘omgekeerde Robin Hood’: het steelt van de armen om aan de rijken te geven. Het verwezenlijkt aldus de economische selectie die hoort bij het door de globalistische vijandelijke elite beoogde domesticering proces: het bestraft het goede bestraft en beloont het slechte.

Sociale selectie: Het sinds de counter culture van de jaren ‘60 intellectueel modieuze en sinds de jaren ‘00 absoluut dominante sociale model van het cultuur-marxisme sluit even goed aan bij de radicaal-protestantse Nederlandse traditie: besef van nooit inlosbare erfzonde, bevinding van goddelijke uitverkiezing en nadruk op hypertrofische gewetensvorsing zijn basale en onmisbare uitgangspunten binnen de cultuur-marxistische dogmatiek (met ‘seksuele repressie’, ‘patriarchale onderdrukking’ en ‘wit privilege’ als centrale thema’s) en dus essentiële elementen van het Social Justice Warrior ethos. Het cultuur-marxisme werd geleidelijk dominant tijdens de ‘lange mars door de instituties’ van de hippie-to-yuppie baby boomer generatie: deze (als geheel) collectief narcistische generatie slaagde erin een schizofrene ‘alternatieve realiteit’ te bestendigen waarin Gordon Gecko-stijl greed is good neo-liberalisme probleemloos gedijt naast Femke Halsema-stijl ‘knokken voor wat kwetsbaar is’ cultuur-marxisme. Het hallucinante resultaat van deze twee generaties consequent volgehouden doublethink is niets meer of minder dan een nihilistische Umwertung aller Werte in het sociale bereik. Christelijke opofferingsbereidheid en naastenliefde zijn vervangen door hun cultuur-marxistische tegenstellingen: lafheid en egoïsme zijn de standaardinstellingen van het door geïnstitutionaliseerde rancune gedreven cultuur-marxisme. Alle logica, rechtvaardigheid en moed is toxic masculinity. Alle beschaving, hoge cultuur en schoonheid is white privilege. Elk waargenomen kwaliteitsverschil – hoge geboorte, lichamelijke schoonheid, overerfde intelligentie, natuurlijk talent, jeugdig geluk – is een micro agression. Het cultuur-marxistische establishment richt zich daarom op de maximale nivellering, afschaffing en bestraffing van alles wat in deze wereld nog hoog, intelligent, schoon en onschuldig is. Het wachten is op de ultieme consequentie: dat mooie vrouwen een masker moeten dragen om lelijke vrouwen niet te ‘kwetsen’, dat intelligente mensen een hoofdtelefoon met luide popmuziek moeten opzetten om hun ‘privilege’ te verkleinen, dat sportieve en sterke mensen met metalen gewicht in hun schoenen moeten rondlopen om hun ‘oneerlijke voordeel’ te compenseren – en dat blanken nog slechts mogen ‘paren’ met niet-blanken om hun ‘biologische privilege’ voor altijd uit te bannen.

Psychologische selectie: De psychologische selectie die past bij de hiervoor besproken neo-liberale economische selectie en cultuur-marxistische sociale selectie berust op een geraffineerd systeem van social engineering dat begint met anti-opvoeding (‘kinderopvang’, ‘gebroken gezinnen’, ‘alternatieve gezinsvormen’) en anti-scholing (‘openbaar onderwijs’, ‘seksuele voorlichting’, ‘maatschappijleer’) en dat wordt bestendigd met permanente MSM-indoctrinatie en massale psychiatrische interventie. In deze nieuwe dispensatie is mannelijk-assertief gedrag bij schooljongens ADHD, is gereserveerd-intelligent gedrag bij wetenschappers ‘Asperger Syndroom’, is geniale inspiratie bij artiesten ‘Bipolaire Stoornis’, is perfectionistische organisatie ‘Obsessieve-Compulsieve Stoornis’ en is bedachtzaam zwijgen ‘Selectief Mutisme’. In dit psychologische ‘nieuwe normaal’ worden psychische ziekte en gezondheid omgekeerd gedefinieerd en wordt de nieuwe psychologische ‘normaal-stand’ op collectief niveau gehandhaafd door een combinatie van permanente sociaal-economische druk, media manipulatie, justitiële repressie en illusie politiek. Dit is de leefwereld van het post-moderne Westerse liberaal-normativisme, sinds de ‘Corona Coup’ van 2020 in toenemende totalitair vorm gegeven door de globalistische vijandelijke elite. (verg. Wolfheze, Rupes Nigra, Hoofdstuk 12).

Politieke selectie: De op nationaal niveau hoogst zichtbare autoriteit verantwoordelijk voor de implementatie van het liberaal normativisme is de Nederlandse politieke klasse, verenigd in wat door Thierry Baudet goed is omschreven als het ‘partijkartel’. In eerste en laatste instantie is dit partijkartel verantwoordelijk voor het handhaven van de neo-liberaal/cultuur-marxistische status quo en het voorkeursbeleid daarbij is simpelweg niets doen. Dit beleidsmodel ligt in de oude lijn van het in Nederland sinds anderhalve eeuw dominante klassieke liberalisme: als puntje bij paaltje komt is liberalisme altijd anti-politiek, dat wil zeggen de sabotage van elke politieke actie die gericht is tegen de tegen-natuurlijk heerschappij en het woeker-sjacher verdienmodel van de geldklasse. De politieke implementatie van het liberaal normativisme vereist het wegschrappen van alle politieke ijkpunten, idealen en hogere referentiepunten. Het resultaat is de sabotage van elke anti-regressieve vorm van politieke actie en elke niet-lucratieve vorm van wetshandhaving. Het liberaal normativisme kan in dat opzicht worden begrepen als het ‘zwaartekracht’ bezinksel van de politieke wereld: het reduceert elke politieke overweging tot de laagste gemene deler. Liberaal normativistische politiek realiseert het egalitair collectivistisch denken dat eigen is aan zowel het neo-liberalisme als het cultuur-marxistisme en dat vorm geeft aan de ‘maatschappelijke vrijheid’ van de zogenaamde ‘participatie maatschappij’, waarin iedereen zogenaamd zijn ‘eigen verantwoordelijkheid neemt’.

Zo worden veel onbegrijpelijke evil clown world fenomenen ‘begrijpelijk’. Waarom in het ‘gave land’ van Mark Rutte grooming gangs en lover boys ongestoord hun gang gaan: tienermeisjes kiezen immers zelf voor het oudste beroep. Waarom ouderen in armoede leven: mensen zijn immers zelf verantwoordelijk voor hun levensonderhoud. Waarom‘Henk en Ingrid’ in onleefbare en criminele achterstandsbuurten wonen: zij kiezen immers zelf voor hun woonomgeving. Zij allemaal hadden immers kunnen kiezen voor het Wunderwaffe van de liberaal normativistische Brave New World: geld. Let wel: niet geld verdienen, maar geld graaien. Als je het niet wilt binnenharken via een pooier, kun je immers toch ook kiezen voor ‘suikeroompjes’ sponsoring of een ‘bolletjes’ vliegreisje naar Zuid-Amerika? Als je niet arm oud wilt worden, kun je immers toch ook kiezen voor een groot geld carrière in het ‘management’ en ‘project aanbesteding’ circuit rond de (semi-)overheid in plaats van voor oneigentijds domme ‘eerlijke arbeid’? Als je niet in een omgevolkte ‘prachtwijk’ wilt wonen, kun je immers toch altijd met een zwartgeld bijbaantje en een woekerpolis hypotheekje verhuizen naar één van de schone, veilige en prettige – men zou bijna zeggen: blanke – buurten waar ‘het betere soort mensen’ woont?

De inheemse Nederlander moet natuurlijk wel even ‘gewennen aan het klimaat’ – aan de realiteit van een nieuwe, ex-Nederlandse leefwereld. Aan een letterlijk nieuw (want: nu al tien graden Celsius warmer) klimaat, aan de overwoekering door ‘invasieve exoten’, en aan de nu alles overheersende jungleoorlog van allen tegen allen – van jong tegen oud, van vrouw tegen man, van arm tegen rijk, van hoogopgeleid tegen laagopgeleid en van zwart tegen blank. Dat ‘gewennen’ is simpelweg deel van de domesticering proces dat de inheemse Nederlander moet doorlopen om zijn nieuwe plaatsje in de intensieve menshouderij en het aankomende paradijs van de globalistische Nieuwe Wereld Orde te verdienen. De inheemse Nederlander moet eventjes ‘door de zure appel heen bijten’.

5. Hybridisering

motto: ‘inheems worden’
(open grenzen: asielopvang=slavenimport, diversiteit=piraterij, immigratie=kolonisatie)

Wellicht het zuurste hapje uit de door de globalistische vijandelijke elite listig aanbevolen nieuwe paradijsappel is de noodzaak tot fysieke verandering: van de inheemse Nederlander wordt namelijk verwacht dat hij essentieel veranderd. Als ongewenst overblijfsel uit een primitiever ‘evolutionair stadium’ dient de inheemse Nederlander zich niet alleen – zoals in de vorige paragraaf aangegeven – sociaal-economisch, psychologisch en politiek aan te passen: hij dient zich ook biologisch aan te passen. De oude fysieke identiteit van het relatieve blank-zijn dat ooit mocht bestaan in de nu afgeschafte soevereine natie-staat is namelijk niet te verenigen met de nieuwe psychische identiteit van het absolute gelijk-zijn dat ten grondslag ligt aan de globalistische Brave New World van verplicht maximaal egalitaire uitkomsten. Het verband tussen innerlijk anti-egalitair ‘wit privilege’ en uiterlijk non-egalitair blank-zijn is namelijk té sterk: alleen de opheffing van het tweede garandeert de opheffing van het eerste. Het einddoel van de globalistische vijandelijke elite is het opheffen van alle vormen van niet-globalistisch groepsidentiteit – de opheffing van de Nederlandse natiestaat en het Nederlandse volk hebben de hoogste prioriteit. Een volledig gehybridiseerde bevolking, een ‘homeopathisch verdund’ in permanente overheidsafhankelijkheid levend ‘precariaat’ onder het moreel onaanvechtbare gezag van een nieuwe links-liberale Diktatur des Lumpenproletariats, garandeert deze uitkomst. Dit is een intrinsiek onderdeel van het globalistische deconstructie- en omvolking-programma gericht op de neutralisatie van de gevaarlijkste authentieke groepsidentiteit die het globalisme meest direct in de weg staat, namelijk die van de meest innovatieve, kapitaal-krachtigste, hoogst-opgeleide en meest mondige bevolkingsgroep ter wereld: de (blanke) Europese bevolking.

Een belangrijke stap voorwaarts in deze neutralisatie strategie was daarom de Black Lives Matter beweging. BLM was niet voor niets de eerste grote publieke manifestatie die de globalistische elite organiseerde na het begin van de nieuw-totalitaire Great Reset: BLM effent namelijk de weg voor een radicaal om-denken in etnische identiteit – en een radicaal om-keren van rassenverhoudingen. BLM speelt geraffineerd in op het psycho-historisch diep-verankerde maar nog steeds politiek brisante taboe op etniciteit en ras: met BLM kanaliseert de globalistische vijandelijke elite de sterke psycho-sociale lading van dit taboe door een omkering in polariteit. Het ‘slavernij verleden’ wordt via ‘institutioneel racisme’ in verband gebracht met ‘wit privilege’: dit ‘onderliggende’ verband probleem wordt met een Freudiaans-Marcusiaanse trucje (handig want alleen door de nieuwe priesterklasse controleerbaar) in het onderbewustzijn geprojecteerd. De échte projectie die hierbij plaats vindt ligt voor de hand maar blijft onbenoemd: de globalistische vijandelijke elite projecteert het privilege van de eigen, uiterlijk grotendeels onherkenbare groep (high finance banksters, groot-kapitalisten, top-bureaucraten, media-magnaten en polcor academici) op een andere, uiterlijk duidelijk herkenbare groep (blanken). Hiermee leidt de elite de onvrede en de rancune van de recent massaal in het Westen geïmporteerde niet-blanken af van zichzelf. En van het feit dat het juist de elite zelf is die deze niet-blanken ‘als slaven’ misbruikt, namelijk voor het verlagen van arbeidskosten, het verhogen van onroerend goed prijzen, het versnellen van de massa-consumptie cyclus en het sturen van verkiezingsuitslagen. In BLM voelt de door de elite gecreëerde ‘nieuwe slaven-klasse’ van permanent ontevreden en rancuneuze niet-blanken zich erkend en gehoord, niet beseffend dat het anti-blanke discours van BLM feitelijk een slim opgezette bliksemafleider is waarmee de elite verdeeldheid zaait tussen twee groepen die zij beide vreest en haat: de inheemse blanke arbeiders- en midden-klasse enerzijds en de uitheemse niet-blanke nieuwe slaven-klasse. De niet-blanke activisten en sympathisanten van BLM – overigens een beweging grotendeels geëntameerd en georganiseerd door ‘blanken’ (namelijk de cultuur-marxistische intelligentsia in combinatie met white trash antifa activisten) – beseffen niet dat zij worden gebruikt als useful idiots door dezelfde globalistische elite die hen continue vernederd met bevoogdende uitkeringswetgeving, betuttelende ‘diversiteit’ maatregelen en manipulerende ‘anti-racisme’ symbool-politiek.

Het échte doel van BLM is het uitbreiden van de vernedering, bevoogding, betutteling en manipulatie van de niet-blanke ‘migranten’-massa tot de inheemse blanke bevolking: de kernboodschap van BLM aan de inheemse blanke bevolking is dat zij zich moet verontschuldigen en wegcijferen en dat zij zich moet laten gebruiken en manipuleren. Afgezien van een enkele verdwaalde activist en publicist zijn het vervolgens echter niet de niet-blanken die hiervan profiteren. Alleen de handlangers van de elite profiteren: de asiel-industrie die van massa-immigratie leeft, de diversiteit-industrie die grof geld verdient aan awareness trainingen en adviezen en de massa-media die winst slaan uit advertentie-campagnes. De inheemse blanke bevolking dient daarbij als melkkoe en zondebok: zij bekostigt – via stijgende belastingen, huren en premies – zelf haar eigen onteigening. Tegelijkertijd wordt diezelfde inheemse blanke bevolking onder het motto van ‘diversiteit’ door ex-eigen instituties ‘gedeconstrueerd’.

Zo staat de inheemse blanke bevolking via de D666 anti-rechtstaat bloot aan bijna straffeloze vervolging: terreur, criminaliteit, illegaliteit en overlast blijven feitelijk onbestreden terwijl moord, verkrachting, diefstal en vandalisme belachelijk laag worden bestraft. Deze situatie wordt wellicht goed geïllustreerd met het beeld van de allochtone ‘lichtgetinte’ tiener die in zijn splinternieuwe Mercedes met zijn drugslading door rood rijdt terwijl een paar meter verderop de autochtone blanke kostverdiener in de regen wordt bekeurd voor een kapotte fietslamp. Of met het beeld van het brave, hardwerkende autochtone gezinnetje dat meer dan tien jaar op een sociale huurwoning wacht terwijl asielfraudeurs – inclusief ongescreende (want ongedocumenteerde en pseudonieme) oorlogsmisdadigers, terreursympathisanten, moordenaars en verkrachters – vooraan in de wacht rij inschuiven voor toplocatie woningen. De inheemse blanke bevolking staat daarnaast via media-indoctrinatie bloot aan continue demoralisatie (‘blank dom/slecht-zwart slim/slecht’ rollenspel in films en series, ‘institutioneel racisme’ debat in opiniebladen en talkshows, ‘interraciale relatie’ idealisatie in commerciële advertenties). Tenslotte zijn er de intense propaganda, de systematische karaktermoord, de juridische vervolging en de directe doodsdreiging waaraan de paar overgebleven échte dissidenten staan blootgesteld in de publieke sfeer. Het einde van de vrijheid van meningsuiting en van elke vorm van authentieke politieke oppositie versterken bij de inheemse blanke bevolking wezenlijk het gevoel van collectieve vervreemding: haar respect voor de politieke klasse van ‘bananenrepubliek’ ex-Nederland is onderhand tot een nulpunt gedaald. Voor de inheemse Nederlandse bevolking is de geleefde realiteit van de multiculturele diversiteit die van een totaal amorele en totaal wetteloze ‘piratenstaat’.

Deels dienen deze economische uitbuiting, psychosociale indoctrinatie en politieke Gleichschaltung simpelweg de verzwakking en verdoving van de inheemse blanke bevolking in afwachting van haar fysieke verdringing en vervanging. De door de globalistische vijandelijke elite geactiveerde mechanismen van fysieke omvolking zijn die van ‘gastarbeid’ (moderner: ‘arbeidsmigratie’), ‘gezinshereniging’ en ‘asielopvang’ Daarbij is de derde categorie nu (dat wil zeggen sinds de Corona-gerelateerde binnen-Europese grenssluitingen) de belangrijkste en meest bedreigende (want cultureel niet-Europese) – en geeft tevens de grootste aanzet voor de tweede categorie van immigratie. Daarbij moet worden aangetekend dat de ‘asielinstroom’ tijdens de ‘Corona Crisis’ kwantitatief onverminderd is gebleven. De geïnstitutionaliseerde rechtsongelijkheid tussen inheems-blank en uitheems-niet-blank wordt onomstotelijk bewezen door het feit dat vrijwel altijd ongedocumenteerde en pseudoniem-voerende ‘asielmigranten’ op één of andere wijze in staat zijn – of liever: in staat worden gesteld – om de fysieke grenzen, de bureaucratische maatregelen en de financiële beperkingen te overkomen die reguliere Europese burgers tijdens de ‘Corona Crisis’ niet kunnen overkomen. De opmerkelijke capaciteit van honderdduizenden niet-Europese ‘asielzoekers’ om ‘vrij te reizen’ in een tijd waarin grenssluitingen, reisbeperkingen en economische malaise dat voor Europeanen bijna onmogelijk maakt is op zijn zachtst gezegd opvallend. Maar dit probleem dient niet af te leiden van een veel belangrijker probleem, namelijk dat van de ‘criteria’ die al sinds decennia gelden bij de ‘selectie aan de poort’ inzake ‘asielaanvragen’. Deze selectiecriteria draaien alle normen van fatsoenlijk toelatingsbeleid systematische om:

* bij een reguliere grensovergang worden een geldig paspoort, een geldig toelatingsvisum en medische documenten geëist – bij ‘asielaanvragen’ is niets daarvan nodig. Men selecteert dus doelbewust mensen waarvan noch de echte identiteit, noch de echte migratie motivatie, noch de echte gezondheidssituatie vast staan – en die zichzelf willens en wetens in die situatie hebben gemanoeuvreerd;

* bij een reguliere visumaanvraag zijn persoonsdocumenten, verblijfsredenen, terugkeergaranties, vliegtickets en legesbetaling noodzakelijk – bij ‘asielaanvragen’ wordt niets daarvan gevraagd zolang men maar uit een ‘zielig land’ komt (grosso modo sub-saharaans Afrika, Midden-Oosten en Zuid-Azië). Men selecteert dus doelbewust mensen waarvan noch reismotivatie, noch terugkeerwens, noch financiële zelfredzaamheid vast staan – en die zichzelf opzettelijk aan reguliere immigratie procedures hebben onttrokken;

* bij een reguliere verblijfsvergunning worden naast goede redenen (huwelijksvoornemen, studie inschrijving, arbeidscontract, medische behandeling) garanties qua inkomen, woonruimte, medische verzekering, beroepskwalificaties en strafblad gevraagd – bij ‘asielaanvragen’ is het omgekeerd: daar krijgt men gratis inkomen, gratis woonruimte, gratis medische zorg, gratis beroepsopleidingen en blijft strafblad ongecontroleerd. Men selecteert dus doelbewust mensen die geen binding met het land van binnenkomst hebben en die geen verantwoording naar het land van binnenkomst nemen – en die zichzelf onbeschaamd als zodanig presenteren;

De ‘asielpolitiek’ die gevoerd wordt door de globalistische elite selecteert dus positief op negatieve karaktereigenschappen bij de door haar verwelkomde ‘migranten’. Men zoekt via deze ‘asielpolitiek’ blijkbaar naar ‘migranten’ van een maximaal oneerlijke, onproductieve, gewetenloze en schaamteloze ‘kwaliteit’. Het zijn blijkbaar deze onder-menselijke kenmerken die in Europa ‘inheems moeten worden’.

6. Slegs vir nie blankes

motto: ‘kenmerken van tamme rassen’
(sociale implosie: deug-denken>omgekeerde discriminatie>sui-genocide)

‘Wit privilege’ is dit: dat in het Westen, en vaak daarbuiten, niet-blanken
wonen in flats en huizen ontworpen en gebouwd door blanken,
zitten bij verwarmingradiatoren gemaakt en onderhouden door blanken,
eten van landbouw, veeteelt en visserij bedreven door blanken,
genezen worden met medicijnen uitgevonden en gefabriceerd door blanken,
babbelen en chatten over een internet bedacht en constant verbeterd door blanken,
muziek maken en sport beoefenen met instrumenten
en in gebouwen gemaakt door blanken,
boekjes en verhaaltjes schrijven binnen de taalvormen
en de denkwerelden van blanken,
uitkeringen en subsidies genieten uit het belastinggeld van blanken,
kinderen en kleinkinderen baren met voortplantingssubsidie van blanken,
woning- en arbeidsmarkt voorrang krijgen boven blanken,
fraude, misdaad en terreur kunnen wegpraten naar blanken,
recht en onrecht kunnen omkeren door ‘slechte witten’ te zeggen tegen brave blanken,
‘racisme’ kunnen roepen om, overal en altijd, gelijk – en geld – te krijgen van blanken,
‘gelijke rechten’ kunnen eisen voor ‘nieuwkomers’,
al voorsorterend op duizend generaties blanken,

want:
alleen ‘diversiteit’ telt,
alleen Black Lives Matter

– de toekomst is er immers
slegs vir nie blankes.

7. Porajmos

Op het grondgebied dat gij krijgt,
als de Heer uw God u het land in bezit heeft gegeven,
moogt ge bij uw buurman de grensstenen,
door de voorouders opgericht, niet verleggen.

Deuteronomium 19:14.

Er zijn twee cultuur-historische en structureel-complementaire ‘redenen’ voor genocide en etnocide: een volk is te veel (men is te ‘gepriviligeerd’) of een volk is te weinig (men is te ‘primitief’), kwantitief of kwalitatief – vaak beide tegelijk. De objectieve realiteit is daarbij ondergeschikt aan de subjectieve perceptie: het enige wat telt is het inter-etnische conflict dat onvermijdelijk volgt op structurele de-segregratie. Zo schreef Nazi-Duitsland aan de Europese Israëlieten een teveel aan privilege (bankiers rijkdom, journalistieke macht, politieke invloed) en een tekort aan beschaving (bio-ethiek naar dieren, solidariteit naar medelandgenoten, sportiviteit in maatschappelijke concurrentie) toe. Het Nazi discours werd echter niet alleen ingegeven door politiek pragmatisme: de historische wortels van het Antisemitisme liggen veel dieper. Het was de 19e eeuwse ‘emancipatie’ van de Israëlieten die vooraf ging aan hun 20e eeuwse ‘eliminatie’. De aan die ‘emancipatie’ ten grondslag liggende Haskalah (‘boekenwijsheid’ > ‘Verlichting’) vormt in die zin de historische voorwaarde voor de Sjo’ah (‘vernietiging’ > ‘Holocaust’). Een ander volk dat de historische prijs voor ‘emancipatie door de-segregatie’ gedurende de 20e eeuw op even dramatische wijze heeft betaald waren de Europese Romani. Als muted group – ‘stil’ want ‘marginaal’ en ‘primitief’ – hebben de Romani weinig aandacht gekregen voor hun Porajmos, ofwel ‘Verslinding’, gedurende de Tweede Wereld Oorlog. Net als bij de in de geschiedenisboeken breed uitgemeten Holocaust van de verondersteld ‘geprivilegieerde’ Israëlieten blijven bij de Porajmos van de verondersteld ‘achtergestelde’ Romani de genocidale statistieken onderwerp van een hopeloos debat, maar één ding is duidelijk: genocide is het ultieme historische eindstation van door ideologische waandenkbeelden ingegeven etnische de-segregatie. Het totalitaire uitvlakken van de natuurlijke en culturele grenzen van etnische biotopen wordt onvermijdelijk gevolgd door ‘verslinding’: men wordt door anderen verslonden of men verslindt anderen.

Als men zich buiten de eigen leefsfeer begeeft, begeeft men zich per definitie in gevaar. In het woud woont de wrede wolf: gaat het kind van het erf af en het woud in, dan loopt het gevaar verslonden te worden. In de stad wonen enge mannen: gaat het meisje ’s avonds alleen over straat dan loopt zij het gevaar ‘verslonden’ te worden. Zo ook met grensoverschrijdende ‘multiculturaliteit’ en ‘diversiteit’: als men de wederzijds nuttige (zowel fysieke als psychische) grenzen tussen bevolkingsgroepen opheft, dan zullen alle groepen doen waar ze goed – gespecialiseerd, aangepast – in zijn. Er ontstaat dan een inter-etnische evolutionaire wedloop: niet de strijd om het bestaan in de wilde natuur van de ongenaakbare oerbossen, wrede winters en wilde beesten, maar een strijd tussen elkaar op leven en dood beconcurrerende bevolkingsgroepen. Gezien het absolute gebod van overleven, hebben alle strijdende groepen daarbij het absolute gelijk aan hun kant. Een gelijk dat het gebruik van alle beschikbare wapens rechtvaardigt. Waar numerieke overmacht en fysieke kracht ontbreken: list, bedrog, huichelarij. De ultieme overlevingsstrategie: je vijand sussen en doen geloven dat er geen vijandschap is – dit vergt geduld en inschattingsvermogen. De goedkoopste overwinningsstrategie: je vijand tot zelfvernietiging aanzetten – dit vergt een psychologisch raffinement en zelfbewuste gewetenloosheid. Het zijn strategieën die passen bij oude, cynische cultuurvolken die het fysiek gedijen in het beproefde en het bekende prefereren boven de psychische uitdaging in het avontuurlijke en het onbekende: zulke volken zijn fysiek voorzichtig, materieel gulzig, bot zelfbewust, mentaal veerkrachtig en moreel immuun. Het zijn echter geen strategieën die passen bij hoogontwikkelde beschavingsvormen die zich baseren op zelfloze arbeidsethiek, nobel eerbesef en Christelijke gewetensexercitie. In de confrontatie met naar Westerse maatstaven eerloze en gewetenloze overlevingsstrategieën, ingebakken in de culturen van veel uitheemse volksstammen die door de Westerse vijandelijke elite opzettelijk worden geïmporteerd, staan de Westerse volken dus voor een dilemma. Westerse beschavingsvormen werken evolutionair averechts in een dergelijke kunstmatige omgeving van oneerlijke competitie. De Westerse volken kunnen ervoor kiezen om ter wille van de lieve vrede gedwee mee te draaien in een evident oneerlijke wedstrijd waarin zij hun competitie moeten subsidiëren en faciliteren. Maar dan worden ze uiteindelijk ‘verslonden’ door de geschiedenis – misschien veel sneller dan men statisch heeft bedacht. Of ze kunnen ervoor kiezen een eerlijke wedstrijd af te dwingen door het subsidiëren en faciliteren van de competitie te staken – en de competitie terug te zetten op ‘af’, voor een nieuwe start.

Het probleem daarbij is dat de competitie – inmiddels aangegroeid tot een miljoenen sterke ‘vijfde colonne’ – logischerwijs niet zomaar van haar oneerlijke voorsprong afstand zal doen. Een complicerende factor daarbij is dat de Westerse volkeren psycho-historisch geconditioneerd zijn richting pathologisch hyper-pacifisme, hyper-humanisme en hyper-altruïsme. De psycho-historische trauma’s van de Tweede Wereld Oorlog – feitelijk verloren door Europa als geheel – spelen daarbij een cruciale rol: nie wieder krijgt in die context al snel de pathologische connotatie van onvoorwaardelijk buigen voor evident onrecht en onvoorwaardelijke capitulatie voor absoluut kwaad. De basale noties van overlevingsinstinct en zelfbehoud zijn aan het wankelen gebracht in de Westerse geest. Alleen een collectieve psycho-historische shocktherapie en een collectieve identitaire revalidatie bieden hier uitkomst. Intellectuele autonomie, historiografische assertiviteit en metapolitieke herbewapening zijn hierbij van essentieel belang. De nieuwe Westerse génération identitaire heeft misschien nog één kans om de ‘verslinding’ van de Westerse beschaving een beschaafd halt toe te roepen. Maar hoe meer tijd verstrijkt, hoe kleiner de kans op een vreedzame, redelijke en rechtvaardige oplossing. Hoe groter de kans op een catastrofaal etnisch conflict, onder het motto ‘wie niet slim, is moet sterk zijn’.

Een recent voorbeeld van een Westers volk dat zich met succes aan demografische inundatie en politieke omvolking heeft ontworsteld is het Abchazische volk: in een weinig bekende maar intens dramatische David en Goliath strijd wist het zich in 1992-93 vrij te vechten van Georgische ‘verslinding’. Voorafgaand aan de Abchazische Onafhankelijkheidsoorlog was de inheemse Abchazische bevolking geslonken tot minder dan een vijfde van de totale bevolking in eigen land: Georgische immigranten hadden een demografisch aandeel van bijna de helft – na afloop van de oorlog waren de numerieke verhoudingen omgedraaid. Het Abchazische volk is door het oog van de naald gekropen – maar tegen een hoge prijs: het land werd gereduceerd tot een ruïneveld en het volk werd gereduceerd tot armoede. Zoals bij alle etnische conflicten zijn betrouwbare cijfers over de wederzijdse slachtoffer aantallen niet beschikbaar, maar naar schatting kwam ruim 4% van de vooroorlogse inheemse Abchazische bevolking (4.000 uit 93.000) om het leven (op de inheemse Nederlandse bevolking geprojecteerd: een half miljoen slachtoffers). De hoogste prijs van de Georgische omvolking politiek werd echter betaald door de grotendeels verdreven Georgische kolonisten: conservatieve berekeningen spreken van 20.000 doden en 250.000 vluchtelingen. Het zijn cijfers die Westerse beleidsmakers en migratiestrategen te denken zouden moeten geven over het eindscenario van de escalerende etnische vervanging van de Westerse volken. Het zijn ook cijfers die bij de door die beleidsmakers geïmporteerde niet-Westerse kolonisten onbekend blijven: zouden zij zich hier nog steeds ingraven en zouden zij nog steeds roulette spelen met de toekomst van hun kinderen als zij zouden beseffen dat de Westerse volkeren niet stilletjes in de nacht van de geschiedenis gaan verdwijnen? Bij de Nederlandse politieke klasse is de boodschap duidelijk niet aangekomen: met heeft niet eens het fatsoen om de legitieme rechten van het Abchazische volk te erkennen middels diplomatieke betrekkingen met het nu de facto al een kwart eeuw onafhankelijke Abchazië. En men gaat in eigen land, tegen de meest elementaire noties van zelfbescherming en tegen de uitdrukkelijke wens van het ‘gewone volk’ in, gewoon door met het massaal importeren van vreemdelingen. Elke neoliberale/pseudochristelijke kabinetsperiode komt er alleen al door directe immigratie een ‘allochtone’ bevolking ter grootte van (zeer minstens, hoogstwaarschijnlijk veel meer dan) de stad Utrecht bij. Men leert niet, men wil niet leren. De geschiedenis heeft echter een dure les in petto voor wie oude grensstenen denkt te kunnen verleggen. Wie niet horen wil, die moet voelen.

8. De aanklacht

מנא מנא תקל ופרסין
Menē Menē Teqel u-Farsīn

In december 2017 publiceerde de Europese investeerders en ondernemers ‘denk tank’ Gefira een artikel waarvan de titel in het Nederlands vertaald luidt: ‘Wat als de VN-verklaring over de rechten van inheemse volkeren geldt voor inheemse Europeanen?’.ii De erin ter sprake komende demografische berekeningen worden gebruikt om investeerders en ondernemers te wijzen op de desastreuze economische gevolgen van de teruglopende arbeidsproductiviteit, infrastructurele overbelasting en sociaal-politieke instabiliteit die samenhangen met voortgezette massa-immigratie van niet-assimileerbare vreemdelingen in de Westerse wereld. Deze kille rekenkunde laat het neoliberale mantra ‘demografische groei=economische groei’ (massa-immigratie als verdienmodel) en het cultuurmarxistische dogma ‘diversiteit=emancipatie’ (migranten-electoraat als machtsbasis) zien voor wat ze zijn: hopeloos achterhaalde propaganda leuzen. Het heeft hier geen zin de solide argumenten van het Gefira artikel nog eens dunnetjes over te doen en de eraan ten grondslag liggende feiten nog eens te herkauwen. Het kan gevoeglijk worden aangenomen dat alle ter zake doende feiten en argumenten bekend zijn bij de ter zake bevoegde instanties en beleidsmakers. De historische taak die overblijft, is het voorbereiden van de aanklacht die de Europese volkeren zullen indienen tegen hun vijandelijke elites. Ook dat hoort bij het nu aanbrekende ‘seizoen van geloofsvoltooiing’.

Artikel 7 – Verklaring van de Rechten van Inheemse Volkeren
Resolutie 61/295
Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, 13 september 2007

Lid 1. Inheemse volkeren en personen hebben het recht niet onderworpen te worden aan gedwongen assimilatie of vernietiging van hun cultuur.

Lid 2. Staten dienen te voorzien in effectieve mechanismen voor het voorkomen en tenietdoen van:

(a) elke actie met als doel of effect het ontnemen van hun integriteit als volk, of van hun culturele waarden, of van hun etnische identiteit;

(b) elke actie met als doel of effect het ontnemen van hun landbezit, territoria of materiële middelen;

(c) elke vorm van bevolkingsverplaatsing met als doel of effect het schenden of ondermijnen van hun rechten;

(d) elke vorm van assimilatie en integratie in andere culturen of levenswijzen die hen wordt opgelegd door juridische, administratieve of andere maatregelen;

(e) elke vorm van propaganda die tegen hen gericht is.

9. Van rassen-waan naar bio-realisme

Iets dat hoort bij het even vage als explosieve complex van gevoelens dat ‘volksbesef’ heet: fysieke weerzin

vrij naar Ileen Montijn

Het enig waarheidsgetrouwe en politiek-haalbare alternatief voor pre-wetenschappelijke ‘rassenleer’ en ‘oud-rechtse’ rassenwaan is dit: een holistische herijking van etnische identiteit en het vreemdelingen vraagstuk op basis van een respectvolle omgang met menselijke biodiversiteit. De enige onbeschreven en onbesmette manier om te gaan met raciale en etnische verschillen is een simpel respect voor de natuurlijke schepping. Dit betekent: een nieuwe – moderne, realistische, rechtvaardige – invulling van cultuur-historische begrippen als Blut und Boden en juridische begrippen als ius sanguinis. Blut und Boden: het natuurlijk gegeven van machtsontplooiende landnám door zelfgedefinieerde volken. Ius sanguinis: de culturele identiteitsbevestiging die volgt op bio-evolutionaire eigenselectie.

Realistisch is: het besef dat de fysiek- en cultureel-antropologische definities van etnische identiteit weliswaar rekkelijk zijn, maar niet tot in het oneindige. Rechtvaardig is: het respecteren van het natuurrecht van alle volkeren – dus ook de Westerse volkeren – om zichzelf te zijn in hun eigen land. Een wetenschappelijke omgang met ouderwetse simplificaties als ‘ras’ en ‘volk’ laat onweerlegbaar zien dat er in biologische (genetische) zin geen waterdichte definities mogelijk zijn. Het natuurlijk fenomeen van het onbeperkte interraciale en interetnische menselijk voortplantingsvermogen creëert hooguit een genetisch spectrum, waarin bepaalde fenotypen kunnen worden onderscheiden, al naar gelang objectieve adaptieve functionaliteit en subjectieve esthetische preferentie. De definitie van ‘etniciteit’ is daarmee een cultureel fenomeen: vanuit metahistorisch perspectief kan worden gesteld dat rassen besluiten een ras te zijn en volken besluiten een volk te zijn – zij definiëren zichzelf in vrijheid en zetten zich daarbij noodzakelijkerwijs af tegen andere rassen en volkeren. Totalitaire onderdrukking van dit zelfbeschikkingsrecht en ideologische manipulatie van de aan dat zelfbeschikkingsrecht ten grondslag liggende belevingsrealiteit zijn niet alleen sociaaleconomisch funest, maar ook cultuurhistorisch onwerkbaar. Het aanschouwelijk bewijs wordt geleverd door de in toenemende mate ondragelijke uitwerkingen van het Postmoderne ‘multiculturele’ experiment: absurdistische bureaucratische wildgroei, perverse justitiële inefficiëntie, afgedwongen interetnische welvaartsoverdracht, helse sociale implosie. Korter: Elk rijk dat innerlijk verdeeld is, vervalt tot een woestenij; en geen stad of huis, in zichzelf verdeeld, houdt stand (Mattheüs 12:25). Realistische politiek bedrijven – in elk van haar drie kernopgaven: Ekopolitiek, Demopolitiek en Geopolitiek – betekent dus: handhaving van het zelfbeschikkingsrecht van volkeren om zichzelf te zijn op basis van respect voor het natuurlijke gegeven van menselijke biodiversiteit. De dubbel kleptocratische-cultuurmarxistische elite van het Postmoderne Westen heeft het zelfbeschikkingsrecht van de Westerse volkeren opzettelijk met de voeten getreden en heeft daarmee haar legitimiteit definitief verspeeld. Deze dubbel neoliberale-regressieflinkse elite heeft willens en wetens geprobeerd de menselijke biodiversiteit die ten grondslag ligt aan de Westerse volksidentiteiten te ‘deconstrueren’ en heeft daarmee haar geloofwaardigheid voor eens en altijd verloren. Daarmee is de Westerse elite verworden tot een vijandelijke elite – als de Westerse volkeren willen overleven, dan blijft hen geen andere keus dan zich van deze vijandelijke elite te ontdoen.

Het cultuur-nihilistische etnische ‘deconstructie’ beleid van vijandelijke elite ontleent zijn huidige werkzaamheid niet alleen op een pseudo-democratische usurpatie van politieke macht, maar ook op een anti-autoritaire manipulatie van psycho-sociale habitus. Daarbij is het hinderen van de natuurlijke voortplanting van de Westerse volkeren (anti-natalistisch inkomensbeleid, gesubsidieerd alleenstaand moederschap, moraalvrije abortuswetgeving) secondair. Primair is het hinderen van de culturele transmissie: +++zorgzame moeders worden zoveel mogelijk buitenshuis ‘productief’ gemaakt, gezagsuitstralende vaders worden zoveel mogelijk afgedankt en ontvoogd, solide leerkrachten wordt zoveel mogelijk weg-gefeminiseerd. Het effect is wat Professor Fortuyn ‘de verweesde samenleving’ noemde, een stuurloze maatschappij waarin slechts één richting overblijft: anti-identiteit – een existentiële conditie waarin men per se niet wil zijn wie men is. Het natuurlijke gegeven dat men kinderen wil die zo veel mogelijk op het eigene (de voorouders, de ouders, jezelf) lijken – die het allermooiste kunnen zijn dat het eigene tot dan toe niet heeft kunnen zijn – wordt omgedraaid. In ‘de verweesde samenleving’ probeert men juist het omgekeerde te bereiken: ofwel helemaal geen kinderen, ofwel kinderen die zo min mogelijk op het eigene lijken. Men wil zelfs niet meer zichzelf zijn: plastische chirurgie en piercings veranderen het lichaam, operaties en hormonen veranderen het geslacht, drugs en ‘spiritualisme’ veranderen de geest. Want het respect voor het eigene is weg: men associeert het eigene met wat men haat – de eigen malignant-narcistische baby boom ouders, de eigen diep-corrupte wegwerp cultuur, het eigen hopeloos-gecompromitteerde wereldbeeld. Dit is de diepste psychosociale grond van het maatschappelijke fenomeen dat Thierry Baudet ‘oikofobie’ noemt.

De urgentie van deze psychosociale pathologie, die nu het hele Westen in haar grip heeft, wordt misschien wel het raakst getypeerd in een leuze die nu steeds vaker op Amerikaanse universitaire prikborden prijkt: it’s ok to be white, ofwel: ‘het is niet erg om blank te zijn’. Het is een eerste therapeutische coming out op weg naar psychosociale revalidatie – een eerste dosis van gezond bio-realisme. Het bijbehorende ‘ontwaken’ – de spreekwoordelijke red pill – zal altijd deels irrationeel, deels emotioneel explosief en deels militant activistisch uitpakken: ‘volk-zijn’ en ‘volk-voelen’ zijn in dat opzicht net als ‘familie-zijn’ en ‘familie-voelen’. Zich boven het volk verheven voelen, zich meer dan het volk voelen (Gutmensch, ‘wereldburger’, ‘gewoon niets’), wil te diepste zeggen: minder te zijn: ontworteld als schepsel, decadent als mens – losgeslagen wrakhout in de branding van het globalisme.

10. De Archeo-Futuristische Revolutie

motto: ‘afwezigheid of zeldzaamheid van overgangsvormen’
(accelerationisme: wiskundige zekerheid als postmoderne voorzienigheid)

Slechter is beter

Wladimir Iljitsj Oeljanow-Lenin

Met ingang van de Coronadictatuur, de opkomst van de BLM-beweging en de aanvang van een economische crisis van neo-Weimariaans formaat werpt zich onwillekeurig de vraag op of Marx’ oude Verelendungstheorie niet een nieuwe betekenis heeft gekregen. Met de combinatie van totalitaire Corona maatregelen, schril BLM racisme en neo-communistische oorlogseconomie is het gezag van de globalistische vijandelijke elite tot het nulpunt gedaald. Met het wegvallen van oude grondrechten (bewegingsvrijheid, demonstratierecht, vrijheid van meningsuiting), van oude identiteitssymbolen (standbeelden, straatnamen, volkstradities) en van oude leefwijzen (horeca, kleine ondernemers, boerenbedrijven) ontstaat tegelijk een maatschappelijk vacuüm van potentieel revolutionaire proporties. De macht van de globalistische vijandelijke elite berust in deze nieuwe dispensatie uitsluitend op een combinatie van informatie controle (polcor propaganda, algoritmische manipulatie, digitale censuur) en fysieke dwangmiddelen (fiscale uitbuiting, juridische vervolging, politie intimidatie). De morele legitimiteit van de globalistische vijandelijke elite is inmiddels nul – haar macht is equivalent aan die van een – in toenemende mate gehate – buitenlandse bezettingsmacht. De uitermate doorzichtige mediamanipulatie, verkiezingsfraude en totaalcensuur – feitelijk een Deep State coup – tijdens de recente presidentsverkiezingen in Amerika geven aan dat de globalistische vijandelijke elite het masker opzettelijk heeft afgeworpen. Nederlandse kartelpolitici, systeemjournalisten en polcor intelligentsia zullen zich zoals gebruikelijk braaf schikken naar deze nieuwe, in Amerika uitgestippelde globalistische lijn, maar de kosten van deze Linientreuheit zullen uiteindelijk wel voor hun eigen rekening komen. De risico’s die de globalistische vijandelijke elite aangaat met het huidige va banque beleid zijn aanzienlijk: men speelt hoogspel – en met vuur. Het is niet ondenkbaar dat zij nét iets teveel crises tegelijk proberen te manipuleren, dat de opgeroepen spanningen een bepaalde kritische massa bereiken en dat die spanningen vervolgens een proces van wiskundige vermenigvuldiging ondergaan.

Eén van de stellingen van Darwin’s evolutieleer is de ‘afwezigheid of zeldzaamheid van overgangsvormen’. Sociaal-darwinistisch doorgetrokken vindt deze leerstelling haar equivalent in de vele historische gevallen waarin volkeren eerder uitstierven dan evolueerden. Politiek-filosofisch doorgetrokken vindt zij haar equivalent in de vele historische gevallen waarin systemen eerder werden vervangen dan zich aanpasten. Wanneer een systeem niet langer dragelijk is voor een volk en wanneer de aan dat systeem ten grondslag liggende door dat volk wordt ervaren als een absoluut kwaad, dan is de tijd voor evolutie voorbij en komt de tijd voor revolutie nabij. Welk systeem het huidige totalitaire systeem van links-liberale dictatuur gaat opvolgen en wanneer de revolutie zal uitbreken is onmogelijk te voorspellen – behalve dan dat men veilig kan stellen dat het nieuwe systeem zal moeten passen bij het volk dat de revolutie draagt en dat het oude systeem pas door het volk omver zal worden geworpen wanneer het volk als geheel het oude systeem als een ondragelijk absoluut kwaad ervaart. Komt dat moment er niet of te laat, dan gaat het volk ten onder – het heeft zich dan toekomstonbekwaam bewezen en moet dan verdwijnen uit de geschiedenis. De natuur is onverbiddelijk. Tot die tijd blijft er hoop voor het Nederlandse volk – hoop op een tijdige Archeo-Futuristische Revolutie.

Those who make peaceful revolution impossible
will make violent revolution inevitable

‘Zij die vreedzame revolutie onmogelijk maken,
maken gewelddadige revolutie onvermijdelijk’

John Fitzgerald Kennedy

Nawoord: ‘Edge of Tomorrow’

motto: ‘terugkeren tot lang verloren kenmerken’
(Lagebesprechung en frontverkenning)

Kein schwierigerer Vormarsch als der zurück zur Vernunft
‘Geen opmars is moeilijker dan de terugtocht naar het verstand’

Bertolt Brecht

Met het inzettende Dark Winter seizoen van de globalistische Great Reset dient Nieuw Rechts – en heel ‘dissident rechts’ – zich te bezinnen op de volledig nieuwe maatschappelijke en geopolitieke realiteit van 2021. Het is tijd voor een uitgebreide Lagebesprechung en een strategische heroriëntatie. De globalistische vijandelijke elite heeft de ‘Corona Crisis’ van lente 2020 gebruikt voor een snelle en effectieve overschakeling van repressieve tolerantie naar totalitaire dictatuur. Zij heeft de BLM beweging van zomer 2020 gebruikt voor het institutionaliseren van expliciet anti-blank racisme. Zij heeft de Amerikaanse presidentsverkiezingen van herfst 2020 gebruikt voor het opgeven van de laatste schijn van vrije meningsuiting en democratische legitimiteit. De globalistische vijandelijke elite heeft na de grote tegenslagen van Brexit en ‘Trump’ blijkbaar besloten tot een definitief slotoffensief. Met dit va banque spel heeft zij door gelijktijdige inzet van al haar middelen een positie van nagenoeg onaanvechtbare hegemonie in de Westerse publieke ruimte: zij heeft een vrijwel alles afdekkende monopoliepositie in de politieke sfeer, in de rechtspraak, in het onderwijs en in de media. De laatste restanten ‘dissident rechtse’ presentie in deze bereiken worden nu – schrijvend in januari 2021 – met Biden’s Machtergreifung en Big Tech’s totaal-censuur weggevaagd. Nieuw Rechts kan zich voorafgaand de aankomende confrontatie met het nieuw-totalitaire globalisme geen naïviteit veroorloven: het babyboomer levensmotto ‘het gaat wel goed komen’ – typisch voor mensen die economische zekerheid sociale geborgenheid als vanzelfsprekend beschouwen – is evident achterhaald. Het gaat niet meer goed komen.

Op korte termijn staan alle lichten op rood. Enerzijds dient Nieuw Rechts zich rekenschap te geven van de nieuwe voordelen van de globalistische vijandelijke elite, en dan met name op het effect van haar twee nieuwste Wunderwaffen: (a) formeel gelegaliseerde omvolking (massa’s heimelijk, maar direct en legaal ingevlogen ‘migranten’) ten gevolge van het nu in werking tredende Global Compact for Migration (‘Marrakesj’) en (b) formeel gelegaliseerde dictatoriale noodbevoegdheden (avondklok, bewegingscontrole, reisbeperkingen, samenscholingsverboden, high tech surveillance, algoritmische censuur). Anderzijds dient Nieuw Rechts zich te beraden op de uitdagingen van de onvermijdelijke maatschappelijke polarisatie die gaat volgen op de globalistische Machtergreifung: hoe zal Nieuw Rechts omgaan met in de lijn der verwachting liggende maatschappelijke ‘auto-immuun reacties’, reacties die kunnen variëren van ongecoördineerde volkswoede en ‘ongeleid projectiel’ activisme tot een niet ondenkbare anti-globalistische terreurcampagne vanuit radicaliserende splintergroepen – of zelfs een in burgeroorlog resulterende wijdere geweldspiraal.

Ein Gaukelspiel, ohnmächtigen Gewürmen von mächtigen gegönnt
Schrekfeuer, angestekt auf hohen Thürmen
Die Phantasie des Träumers zu bestürmen wo des Gesezes Fakel dunkel brennt

Die Weltgeschichte ist das Weltgericht

‘Clownesk vermaak, aan onmachtige wormen door
machtigen toebedacht
Vuur van afschrikking, op hoge torens ontstoken
De fantasie van de dromer te bestormen waar de vlam van de wet donker brandt
De wereldgeschiedenis is het wereldoordeel’

Friedrich Schiller

Op langere termijn staan alle lichten op groen. De door de globalistische vijandelijke elite bij haar Machtergreifung aangewende middelen – Corona dictatuur, BLM hersenspoeling, Biden-coup – zullen op langere termijn een aantal voor haar uitermate negatieve maatschappelijke bijwerkingen veroorzaken. (a) Haar inheemse kernelectoraat, de infantiel-narcistisch geconditioneerde en reflexmatig links-liberaal kiezende babyboomers zullen door het Corona virus, de overbelaste zorg en ‘vaccinatiebijwerkingen’ versneld van het toneel verdwijnen. (b) De inheemse volksmassa’s, door decennia van economische welvaart en sociaal ‘festivisme’ gereduceerd tot hyper-materialistische consumenten met een aandachtsvermogen van maximaal een gemiddeld reclameblok of insta-moment, zullen door hun droogvallende inkomsten en hun doodvallende vertier bevattelijk worden voor radicale politiek. Het wegvallen van het tweemaandelijkse vakantievliegen, van het wekelijkse ‘shoppen’ en van het dagelijkse café bezoek schept tijd en ruimte – en als kritisch denken te veel gevraagd is om die tijd en ruimte te vullen, dan is kritisch voelen een voor de hand liggend alternatief. (c) De blank-, man-, hetero- en talent-hatende femo-homo-allo coalitie van nihilistische Social Justice Warriors, die nu de publieke sfeer beheersen en vrij baan hebben om hun meest extremistische utopieën te verwezenlijken, zullen hun volle rancune en sadisme in toenemende mate openlijk kunnen botvieren en hoe meer hun perverse psychopathie in het open daglicht zichtbaar wordt, hoe beter. Zij zullen eerst gevreesd, dan gehaat en tenslotte met alle mogelijke middelen bestreden worden.

Misschien dat latere historici deze jaren 2020-2021 zullen begrijpen als bio-evolutionair omslagpunt: het punt waarop natuurlijke en tegen-natuurlijke selectie, natuurlijke evolutie en culturele devolutie zich in de Westerse geschiedenis op beslissende wijze kruisen. De Westerse volkeren staan op de Edge of Tomorrow: op het scherpst van de snede gevoerd vergt de komende strijd tegen het globalistisch nihilisme de realisatie dat die strijd uiteindelijke een kruisvaart is tegen een onnatuurlijk, onmenselijk en zelfs buitenaards aandoend kwaad – tegen een absoluut kwaad. De geschiedenis – en de natuur – staan daarbij uiteindelijk aan de kant van hen die dit kwaad bestrijden. Uiteindelijk is het globalistisch nihilisme gedoemd te mislukken. Transgenders, homo’s en femo-extremisten planten zich uiteindelijk simpelweg niet voort – zij zullen niet gemist worden. Blank-hatende BLM-dames gaan via hun ‘interraciale’ experimenten en bastaardkinderen uiteindelijk simpelweg op in remigreerbare allochtone populaties – zij zullen niet gemist worden. Woke-activistische snow flake ex-mannen en obese hyper-consumenten sterven uiteindelijk simpelweg vanzelf uit wanneer ziekte, honger en oorlog de luxebubbel van het post-moderne Westen doorprikken – ook zij zullen niet gemist worden. En zo keren uiteindelijk de lang verloren geachte kenmerken terug die horen bij grote volkeren, hoogculturen en wereldbeschavingen: het vermogen tot zelfhandhaving (man zijn), het vermogen tot innovatieve aanpassing (intelligent zijn), het vermogen tot toekomstbestendig handelen (dienstbaar zijn), het vermogen tot zelfopoffering voor de groep (adel zijn), het vermogen tot instinctieve groepssolidariteit (volk zijn) en het vermogen tot transcendente referentie (heilig zijn).

Het nu in gang gezette proces van het elimineren van overbodige ballast bevat noodzakelijkerwijs een element van zelf-selectie – een zelf-selectie die de terugkeer van deze lang verloren gewaande kenmerken bevordert. De Westerse volkeren staan nu het scherpst van de snede – hun vermogen zichzelf over de Edge of Tomorrow heen te selecteren zal doorslaggevend zijn. En zo zal hun lot geen toeval zijn: boven elk lot staat immers een lotsbestemming – en de Almachtige Voorzienigheid:

Die nächste Analogie… mit dem Walten [des Fatum] zeigt uns die Teleologie der Natur, indem sie das Zweckmässige, als ohne Erkenntniss des Zweckes eintretend, darbietet, zumal da, wo die äussere, d.h. die zwischen verschiedenen, ja verschiedenartigen, Wesen und sogar im Unorganischen Statt findende Zweckmässigkeit hervortritt… [D]ie[se] innere… Zweckmässigkeit… lässt uns analogisch absehn, wie das, von verschiedenen, ja weit entlegenen Punkten Ausgehende und sich anscheinend Fremde doch zum letzten Endzweck konspirirt und daselbst richtig zusammentrifft, nicht durch Erkenntniss geleitet, sondern vermöge einer aller Möglichkeit der Erkenntniss vorhergegangenen Nothwendigkeit höherer Art.
‘De meest passende analogie… voor de heerschappij [van het lot] wordt ons getoond in de teleologie van de natuur, die het doelmatige laat zien zonder kennis van het doel, speciaal daar waar van uiterlijk van doelmatigheid sprake is in de interactie van verschillende en vaak volkomen andersoortige wezens – zelfs in het anorganische bereik… De analogie van de[ze] innerlijk bepaalde doelmatigheid… laat ons begrijpen hoe vanuit verschillende, zelfs zeer ver van elkaar afgelegen, punten uitgaande en elkaar ogenschijnlijk vreemde krachten toch samen naar een laatste einddoel toewerken en daar uiteindelijk toch op juiste wijze samenvallen. Deze krachten worden niet door enig eigen bewustzijn aangestuurd, maar door een hogere noodzakelijkheid die vooraf gaat aan de mogelijkheid tot bewustzijn.’

Arthur Schopenhauer

Noten

i Voor de verhouding tussen cultuur-historische (en Traditionalistische) en historisch-deterministische (en bio-realistische) benaderingen binnen Nieuw Rechts verg. podcast ‘Anarchic Future of the West’.

ii https://gefira.org/en/2017/12/08/what-if-the-un-declaration-on-the-rights-of-indigenous-peoples-counted-for-indigenous-europeans/#more-23275

Leave a Reply

Your email address will not be published.